HET KORPS VROUWELIJKE VRIJWILLIGERS - KVV (1)


K.V.V. - Het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers (1938-1940) - deel 1

De aanleiding voor dit alles
Als je als lid van de VHM naar de Internationale Verzamelaars Jaarbeurs in Utrecht gaat, dan is de eerste gang natuurlijk naar de stands met militaria. Op één van de stands, trof ik een rood-wit-blauw gestreepte katoenen mouwband aan. Op het witte middendeel waren in zwarte drukinkt de letters U.V.V. te lezen. De letter U stond op een later opgenaaid wit katoenen lapje. Onder dit lapje was de oorspronkelijke letter K nog goed te lezen. Oorspronkelijk stond er op de mouwband dus K.V.V. Op het witte middendeel stond bovendien in zwarte inkt het nummer H5/847/010237 geschreven en nog vaag leesbaar in lichtere zwarte inkt de handtekening:
J. van Gispen van Wely of J. van Nispen van Wely.

 armband KVV, Korps Vrouwelijke Vrijwilligers

Om de een of andere reden deed deze mouwband met letters bij mij een belletje rinkelen. Misschien ooit in de literatuur over de tweede wereldoorlog in Nederland een vermelding van het U.V.V. of het K.V.V. gezien of zo? Ik had meteen het vermoeden dat één van de twee letters V voor ‘Vrouwen‘ zou kunnen staan. Bovendien wees de handtekening met een dubbele achternaam ook al in de richting van een vrouwelijke eigenaar. Bij de K dacht ik al gauw aan ‘Katholieke’. De Katholieke Vrouwen Vereniging was mijn eerste gok, nog niet gehinderd door verdere informatie. De kleuren van de Nederlandse vlag waren natuurlijk toch een aanwijzing voor een periode waarin het vaderland en de driekleur een belangrijke rol speelden. Alles bij elkaar reden genoeg om de mouwband te kopen en thuis verder het achterliggende verhaal in alle rust uit te pluizen. Hopelijk had het belletje om een goede reden gerinkeld! De speurtocht kon beginnen.
Thuisgekomen als eerste een speurtocht gestart via internet. Zoekend op de letters U.V.V. kwam ik al gauw terecht op twee websites van de Unie Van Vrijwilligers. De website van de U.V.V.-afdeling Soest was het meest informatief. In hun tekstparagraaf ‘Van Verleden naar heden‘ stond het ontstaan en de geschiedenis van het K.V.V. beschreven: het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers, dat in 1938 was opgericht en in 1945 tot U.V.V. werd omgedoopt. Het belletje had dus met recht gerinkeld! Op deze websites staat te lezen:

"Tijdens de grote werkeloosheid in 1936 maakte prof. Romme, lid van de Tweede Kamer voor de Roomsch Katholieke Staats Partij en minister van Sociale zaken in het vierde Kabinet Colijn, een wet aanhangig, waarin het werken van de getrouwde vrouw verboden werd. Want zo zei hij: "De vrouwen werken toch maar alleen om luxe goederen te kopen." Deze motivatie werd hem niet in dank afgenomen en stuitte op fel verzet bij een aantal vrouwen, waaronder ene mevr. Jane de Iongh. Zij organiseerde met nog een twintigtal buitenshuis werkende vrouwen een bijeenkomst in het Amsterdamse Concertgebouw, dat een groot succes werd. Uit een opinieonderzoek bleek dat 98% van de werkende vrouwen dit deed uit bittere noodzaak. De resultaten werden gepubliceerd en onder druk van pers en publieke opinie werd de wet ingetrokken. Toen in 1938 de oorlogsdreiging steeds groter werd, begon de overheid voorbereidingen te treffen voor de oprichting van een Luchtbeschermingsdienst. Hiervoor werden via de schrijvende pers vrijwilligers gevraagd en onder in de advertentie stond met heel kleine lettertjes ’Vrouwen ook welkom’. Dit was opnieuw een ergernis voor mevr. De Iongh. Met drie vriendinnen uit een werkcomité van de Liberale Partij, dat de rechten van de vrouw bestudeerde, stapte zij naar de directeur van de Luchtbeschermingsdienst in oprichting en deed hem de suggestie aan de hand de zaak maar helemaal aan vrouwen over te laten. Dan kon hij op zeer korte termijn verzekerd zijn van de hulp van minstens 2000 vrouwen. Dit was de aanzet tot de oprichting van een grote hulporganisatie in datzelfde jaar. Solidariteit met de gemobiliseerde mannen en participatie in de nog zwaar door mannen gedomineerde maatschappij waren sleutelwoorden bij die oprichting.

De leiding lag in handen van acht vrouwen. De naam werd ‘Korps Vrouwelijke Vrijwilligers’. Ook een uniform hoorde daarbij. Er werden afspraken gemaakt met de overheid over de hulpverlening. Daarna werd er
een oproep gedaan aan de Amsterdamse vrouwen om naar het Amstel Hotel te komen voor informatie over deze vrouwenhulporganisatie. Er kwamen er honderden en na een bezielde rede van mevr. De Iongh, meldden zij zich massaal aan. Geld was er niet, maar na een oproep van mevr. De Iongh werden de beurzen omgekeerd. Vanaf dat moment ging alles heel snel. Zij konden een pand huren aan de Herengracht, het Helderinghuis, waarvan de huur een gulden per jaar bedroeg. Samen met mevr. Van Balluseck trok zij het land in, waarna in 12 grote steden afdelingen werden opgericht. Er werden ook EHBO-cursussen gegeven. Vrouwen werden opgeleid tot vrachtwagenchauffeur en vele, vele sokken en bivakmutsen werden gebreid voor de gemobiliseerde soldaten. In de eerste oorlogsjaren is er enorm veel werk verzet, zoals direct na het bombardement op Rotterdam.. Helaas moesten op last van de Duitse bezetter de hulpdiensten worden opgeheven, maar het werk ging ondergronds door. Engelse piloten werden geholpen aan onderduikadressen, vluchtelingen werden opgevangen en ondergebracht. Een van de nieuwe medewerksters in Arnhem was mevr. dr. Marga Klompé.
Aan het einde van de oorlog waren er 2000 afdelingen. In die tijd werd besloten de naam te veranderen in ‘Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers’. Tevens werden de uniformen afgeschaft. De vrijwilligsters zetten zich vervolgens in bij de wederopbouw van ons land en de opvang van gerepatrieerden.
In 1946 werd H.K.H. Prinses Juliana bereid gevonden de functie van ’Erepresidente der U.V.V.’ op zich te nemen. In datzelfde jaar schreef mevr. A.L. de Blieck-Nist het U.V.V.-lied op de melodie van ‘O, schitterende kleuren van Nederlands vlag’. Het tweede couplet beschrijft duidelijk de taak van de U.V.V.:

Wij helpen en dienen en staan steeds paraat,
nooit klopt men tevergeefs bij ons aan.
Gij vraagt en wij helpen met raad en met daad,
zodra een beroep wordt gedaan.
Wij werken voor volk en voor land,
Wij kennen in d’arbeid geen rang en geen stand.
Zo zij het, zo lang d’UVV zal bestaan.
Zo lang d’UVV zal bestaan.

In 1977 werd gekozen voor een nieuwe naam: ‘Unie Van Vrijwilligers’. Sindsdien zijn ook mannen actief binnen de U.V.V. In dat jaar werd ook de oorspronkelijke doelstelling opnieuw geformuleerd. Deze luidt nu: "Het bevorderen en verlenen van maatschappelijke hulp door vrijwilligers, met menselijk contact en continuïteit als voornaamste kenmerken".

Gedragen door dezelfde dame?
Nu heb ik tegelijkertijd met de mouwband nog iets gekocht bij dezelfde standhouder: een zilveren broche, ongeveer 3 cm in doorsnee met het opengewerkte portret van koningin Wilhelmina en het randschrift ‘VOOR NEDERLAND EN KONINGIN’. Maar het meest opvallende is de tekst aan de achterzijde van de broche: ‘MOBILISATIE’ en het jaartal ‘1939’.

mobilisatiespeld, Wilhelmina

Is dit sieraad misschien van dezelfde dame geweest? Qua periode zou het goed kunnen, maar bewijzen kan ik het niet. Ik heb tot nu toe ook nog niets kunnen achterhalen over soortgelijke broches. Wie weet er iets meer van?

Jane de Iongh, oprichtster van het K.V.V.
Nadat ik door Internet eenmaal op het goede spoor was gezet, besloot ik verder te gaan met de speurtocht naar het K.V.V. Die mevr. Jane de Iongh… wie zou dat toch zijn? Opnieuw via Internet kwam ik op het spoor van een geschreven portret van haar in het 14de Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis ‘Feminisme en Verbeelding’ door Thea den Hartog (1994). Hierin vond ik de volgende extra informatie met betrekking tot het K.V.V: en haar oprichtster.
Jane de Iongh werd op 8 maart 1901 te Dordrecht geboren en groeide op in een middenklassegezin. In 1927 promoveerde ze als historica aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1935 zette zij zich als historica en journaliste in voor de vrouwenbeweging. Via Rosa Manus raakte ze betrokken bij de acties tegen de beperking van de vrouwenarbeid. Ze was lid van de Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, had een belangrijk aandeel in de oprichting van het Jongeren Werk Comité (JWC), was presidente van het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers (K.V.V.) en bestuurslid van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IVA). De vrouwen uit deze organisatie vormden een hecht Amsterdams vrouwennetwerk. Ze waren van liberalen huize en namen deel aan diverse vrouwenorganisaties tegelijk.
De Iongh was voor de oorlog lid van Liberale Staatspartij. In de zomer van 1940 trad zij toe tot de Nederlandsche Unie. In april 1940 schreef De Iongh twee artikelen over Kenau Simonsdochter Hasselaar, een ‘vrouwelijke vrijwilliger uit de 16de eeuw’. De aanleiding hiervoor waren haar activiteiten voor het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers. Omdat men overwoog de vrouwen van het K.V.V. de verzamelnaam Kenaus te geven, wilde De Iongh de geschiedenis van deze vrouw uit de doeken doen. Want moesten de vrijwilligsters wel zo blij zijn met deze naam, die gelijk stond aan ‘helleveeg, manwijf en schrik van haar omgeving’? Na een diepgaand historisch onderzoek kwam De Iongh tot de conclusie dat Kenau een van de vele ondernemende weduwen was, die via de koophandel het hoofd boven water trachtten te houden. Tijdens het beleg van Haarlem deed zij dapper wat zij moest doen om haar stad en haar medeburgers te helpen.
In 1943 begon De Iongh met haar biografie over Maria van Hongarije. Dit studieobject verschafte haar een goede dekmantel, want onder het mom van een historische cursus kwamen de ex-K.V.V.-sters regelmatig bijeen om de oprichting van de U.V.V. voor te bereiden. Na de bevrijding werd Jane De Iongh presidente van de U.V.V.

Het K.V.V. in de krant
Toeval bestaat niet! Op dezelfde VerzamelaarsJaarbeurs kochten we een stapel Telegraafkranten uit eind mei 1940. Bij het doorlezen van deze kranten, stuitte ik zo waar drie keer op het K.V.V. In het avondblad van 21 mei 1940 is nota bene een foto met bijschrift afgedrukt. Op deze foto staat een groep K.V.V.-vrouwen voor hun hoofdkwartier aan de Herengracht in Amsterdam. Boven de ingang hangt het wapenschild van de K.V.V., een blauw op wit schild met de Nederlandse leeuw en daarboven de letters K.V.V. Voor het hoofdkwartier ligt een lading hulpgoederen voor de bevolking van het gebombardeerde Rotterdam. De vrouwen dragen bijna allemaal een donker uniform met een lichte blouse en een donkere stropdas. Bovendien dragen zij een donker hoedje. Op de mouwen lijken emblemen te zitten, maar welke is niet te zien. De dame rechts vooraan draagt geen uniform, maar wel een mouwband om de linkerarm. Deze lijkt helemaal lichtgekleurd te zijn, helaas zeker niet rood-wit-blauw gestreept. In het avondblad van 23 mei 1940 wordt het K.V.V. genoemd samen met het genootschap Liefdadigheid Naar Vermogen, LNV als organisatoren van een inzamelactie van kleding voor de bevolking van Rotterdam. En in het avondblad van 25 mei 1940 wordt het K.V.V. genoemd als de organisatie die zorg zal dragen voor de correcte besteding van een bedrag van fl. 35,- zijnde de opbrengst van een collecte ‘ten behoeve van de te Amsterdam verblijf houdende gewonde militairen, zoowel Nederlandsche als Duitsche’.

© Jacqueline Hoevenberg, 1999

NB
Dit artikel is eerder verschenen in de "Opmars", vierde jaargang, nr.20, juni 1999. OPMARS is het tweemaandelijkse magazine van de
Vereniging Historische Militaria.

HET KORPS VROUWELIJKE VRIJWILLIGERS - KVV (1)