HET KORPS VROUWELIJKE VRIJWILLIGERS - KVV (2)


K.V.V. - Het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers (1938-1940) - deel 2

DE SPEURTOCHT GAAT VERDER
Eenmaal op de hoogte van het bestaan van het (voor-)oorlogse KVV en de latere UVV, besloot ik verder te zoeken naar gegevens. Via telefonisch contact met de huidige UVV kwam ik er achter dat in 1995 het 50-jarig bestaan was gevierd. Bij die gelegenheid was een jubileumboek verschenen "Vrijwillig: een halve eeuw UVV", geschreven door Ernest Hueting. Hierin zou veel staan over het KVV. Het boek was in een kleine oplage gedrukt, dus alsnog een exemplaar te pakken krijgen kon moeilijk worden. Dit viel gelukkig erg mee, want bij de uitgeversmaatschappij Walburg Pers kon ik zo nog een exemplaar kopen. Het bleek een dankbare bron, zoals uit het volgende verhaal moge blijken.

VAN NISPEN -VAN WELY
Zoals altijd begon ik met het bekijken van de foto's. En ja hoor, één foto toonde alle aanwezigen bij de hoofdbestuursvergadering in september 1946, waaronder volgens het bijschrift een mevrouw Van Nispen (dus géén Van Gispen). Op de foto zit zij naast de voorzitster Jane de Iongh. Jane de Iongh zit in uniform aan tafel. Mevr. van Nispen -van Wely zit rechts van haar, niet in uniform maar wel met de UVV speld bevestigd op iets dat er uit ziet als een vossebontje. Mevr. van Nispen- van Wely staat nog op een andere foto, maar ook hier niet in uniform. Waarschijnlijk dragen op deze foto alleen de dames van het oude Amsterdamse KVV hun uniform. Maar hierover verderop meer.
Op beide foto's is mevr. van Nispen -van Wely duidelijk herkenbaar als een echte dame met opvallend lichtgekleurd haar. Waarschijnlijk heeft zij ter herkenning voor de buitenwacht alleen gebruik gemaakt van de in deel 1 (Opmars 20) beschreven mouwband. Vermoedelijk heeft zij hem nooit gedragen met de tekst KVV, maar alleen met UVV. Een foto waarop een vergelijkbare mouwband wordt gedragen heb ik nog niet kunnen vinden.
Maar ik weet nu toch iets meer over de draagster van de mouwband. Mevrouw Van Nispen- van Wely blijkt namelijk de presidente van de Haarlemse vereniging te zijn geweest. Hoe deze plaatselijke vereniging precies heette, is mij nog niet bekend. Betekenen de in inkt geschreven letters en nummers H5, misschien Haarlem afdeling vijf; was het getal 847 misschien het lidmaatschapsnummer en betekende 010237 misschien één februari 1937, de ingangsdatum van het lidmaatschap van een eerdere vereniging? De Haarlemse presidente Van Nispen -van Wely zocht in elk geval in de zomer van 1943 de Amsterdamse presidente De Iongh en de Utrechtse presidente Van Meurs op om samen met de overige vrouwenverenigingen in Nederland uiteindelijk de landelijke vereniging UVV op te richten.

INSIGNE EN UNIFORM
Leden van het Amsterdamse KVV werden plechtig geďnstalleerd, nadat zij een bereidheidsverklaring hadden afgelegd. Na de installatie mochten zij het KVV -insigne dragen.

speld KVV, Korps Vrouwelijke Vrijwilligers

Men had overwogen hierop het Amsterdamse wapen af te beelden, maar uiteindelijk was toch gekozen voor de Nederlandse leeuw. Nu konden ook gemeenten buiten Amsterdam het insigne bestellen. De insignes kostten zestig cent en waren stuk voor stuk genummerd (op de afbeelding met nummer 554). Mevr. Wijsmuller kreeg nummer 1, omdat zij het initiatief had genomen tot oprichting van het korps.
Een groot voorbeeld voor de KVV was de Finse vrouwelijke vrijwilligersorganisatie 'Lotta Svaerd', waarvan de leden Lotta's werden genoemd. Na de inval van de Sovjetunie in Finland in 1939 speelden de Lotta's een belangrijke rol bij onder andere de verzorging van gewonden en zieken, de voedselvoorziening en -bereiding van de burgerbevolking. Net als de Lotta's droegen de Amsterdamse korpsleden een uniform. Een uniform dragen in verenigingsverband was in de jaren dertig gebruikelijk. Toch wekte het KVV -uniform de spotzucht op. Het KVV werd verweten voor soldaatje te willen spelen en op te willen vallen. Dit zelfde gebeurde enkele jaren later ook bij het VHK. Maar het KVV koos bewust voor het uniform: noodzaak voor praktische kleding, herkenbaarheid en de psychologische werking. 'Wanneer men een uniform draagt, is men niet langer particulier'.
Het blauwe uniform symboliseerde het streven van het KVV dat berustte op vaderlandsliefde, naastenliefde en burgerzin. De blauwe uniformen werden echter niet gratis verstrekt! En helaas bleek de prijs van een uniform voor veel leden te hoog. In december 1939 kostte een uniform fl. 28,60 en de pet fl. 1,60 (NB vermenigvuldig deze bedragen met 10 voor ons huidige prijspeil). Maar met het uniform en de pet alleen was je er nog niet. De volgende attributen moesten hieraan toegevoegd worden:

champagnekleurige blouse 1,50
das 0,60
bruine kousen 1,00
sokjes (niet verplicht) 0,60
bruine schoenen     
handschoenen                                        2,-
donkerblauwe shawl (niet verplicht 0,75
gabardine regenjas (niet verplicht)           27,50
gummi regenjas (niet verplicht) 9,50
witte jasschort met treksluiting  2,25
wit mutsje  0,35
blauw hoofddoekje 0,40

De kosten van een complete uitrusting varieerden van bijna fl. 40,- tot ruim fl 75,-. Het benadrukken van spaarzaam zijn en het zich genoegens ontzeggen om toch een uniform aan te kunnen schaffen, heeft blijkens de vele foto's met geüniformeerde KVV -sters toch gewerkt (of heeft men juist deze leden gefotografeerd omdat ze zo goed herkenbaar waren?). Ook is te zien dat de bestuursleden zich qua uniformen onderscheidden van de overige vrijwilligsters. Kijkend naar de foto's blijkt het KVV-uniform trouwens nog tot in 1946 gedragen te zijn.

DIENSTEN BINNEN HET KVV
1. Luchtbeschermingsdienst
Opleiding tot blokhoofd of brandweerassistent. 76 actieve leden en 319 leden in 'zelfbescherming', te weten moeders, onderwijzeressen, personeel van inrichtingen en kantoren.
2. Geneeskundige dienst
444 actieve en 45 reserveleden
3. Vervoersdienst
105 actieve en 22 reserveleden
4. Verbindingsdienst
Rijwielbrigade, ordonnansdienst en telefoondienst. De rijwielbrigade had 144 actieve leden en de telefoondienst 266 actieve leden

KVV, rijwielbrigade

5. Huishoudelijke dienst
Huishoudelijke arbeid ten bate van vrijwilligers, maar ook voor geďnterneerden en vluchtelingen. De binnendienst had 101 gewone en 10 reserveleden, de buitendienst had 88 gewone en 40 reserveleden.
6.
Sociale dienst
Klaarstaan voor wat gevraagd wordt en in het bijzonder het werk van het 'Bureau voor Advies en zoo mogelijk hulp in bedrijf en gezin van gemobiliseerden'.
7. Administratieve dienst
347 gewone en 103 reserveleden

KVV, administratie

8. Speciale dienst
Tolkendienst en censuur. Nadere gegevens ontbreken. Voor de verschillende diensten werden symbolen en mouwemblemen ingevoerd. Groepscommandantes werden getest op hun capaciteit tot commanderen. Uiterlijk en algemeen voorkomen waren belangrijk. Na gebleken bekwaamheid of na het afleggen van een examen werden onderscheidingstekens uitgereikt aan de zogenoemde eerste en tweede klasse vrijwilligsters. Dit systeem had niet de bedoelde uitwerking: in plaats van een stimulans tot een hogere rang te zijn, resulteerde het in onderlinge naijver. De onderscheidingstekens werden dan ook aan het eind van 1940 afgeschaft. Ook het VHK kende tot 1946 nauwelijks (rang)onderscheidingstekens.

KORPSGEEST
Het KVV had een duidelijke sociale en geen militaire doelstelling. Binnen het Korps werd meer waarde gehecht aan discipline, innerlijke orde en saamhorigheid dan aan het militaire aspect. De korpsgeest van het KVV werd door mevrouw S. Vening Meinesz verwoord in het Korpslied, op de wijs van 'In naam van Oranje doe open de poort':

Wij staan eensgezind met zijn allen te saam
om 't vaandel van ons KVV.
Wij blijven het trouw, houden hoog steeds zijn naam,
en dragen zijn geest met ons mee!
Het korps is de eenheid, wij zijn slechts een deel.
Eenieder werkt mede tot heil van 't geheel.
Getrouw aan 't devies, dat voor oogen ons staat:
Wij zijn en wij blijven paraat!

Niets is ons teveel, waar het korps is gebaat;
Wij staan t'allen tijde gereed,
waar noodig te dienen met raad en met daad,
te brengen verzachting van leed.
Wij helpen, wanneer 't KVV dit gebiedt.
Het rekent op ons, wij beschamen 't dus niet,
getrouw aan 't devies dat voor oogen ons staat:
Wij zijn wij blijven paraat!


MOBILISATIE: ZANDZAKKEN EN POLSMOFFEN
Voor het KVV brak in de zomer van 1939 met de algemene mobilisatie van leger en vloot een spannende tijd aan, waarin bijna letterlijk bergen werk werden verzet.

KVV vult zandzakken

Eén van de taken was het vullen van zandzakken, die als beschutting tegen luchtaanvallen gebruikt konden worden. De Telegraaf journalist Clinge Doorenbos maakte op 28 augustus 1939 in een gedicht bezwaren tegen het feit dat dit mannenwerk door vrouwen werd verricht:

IJverige dames bieden, helpend hare blanke hand.
Kwieke vrouwen zijn in actie
en ze vullen zakken zand.
Pa bakt zélf zijn spiegel-eitje, maakt de kamers vlug aan kant.
En voorziet zijn broek van knoopen:
Ma schept zakken vol met zand!

Baby krijscht luid protesteerend en heeft vreeselijk het land,
want in plaats van zijn klein maagje,
vult Ma zakken vol met zand
Als Ma 's avonds uitgevuld is, is haar rug uit zijn verband.
Ma lijdt aan een spierversperring,
want ze vulde zakken zand.

Duizenden van werkeloozen loeren daag'lijks in de krant
naar een bezigheid, een baantje....
Het gaat ons boven het verstand!

Dit gedicht viel natuurlijk erg slecht bij het bestuur van het KVV. Diezelfde dag werd de Telegraaf hiervan op de hoogte gesteld. Een adequate reactie bleef uit en presidente Jane de Iongh zegde onmiddellijk haar abonnement op.
In het najaar van 1939 startte het KVV een ledenwerfactie. Eind 1938 telde het Korps ongeveer 1200 leden, maar na de succesvolle werving was dit gestegen tot 2400, een verdubbeling. De staf moest aanzienlijk uitgebreid worden en de noodzaak voor een korpsblad werd gevoeld. Eerst zou dit Mededeelingen van het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers heetten, maar uiteindelijk werd het Raad en Daad genoemd.
Leden van de Administratieve dienst werden bij de gemeente Amsterdam ingezet om te helpen bij de administratie van de kostwinnersvergoeding voor die gezinnen waarvan de man was gemobiliseerd. De sociale dienst werd tijdelijk ingezet in gezinnen van kleine winkeliers, waarvan de man gemobiliseerd was en de vrouw de zaak niet alleen kon voortzetten.
Zoals in deel 1 al vermeld is, waren de breicomités een groot succes. Voor 'onze jongens in de kou' en de Finse bevolking werden polsmoffen en bivakmutsen gebreid. Het Haagse breicomité 'Breit allen mee' leverde maar liefst ruim 20.000 stuks breiwerk af. Een soldatenmoeder dichtte op 31 januari 1940:

Welaan dan, Neerlands vrouwen
In ' dierbaar Vaderland
breit snel voor die getrouwen,
das, bivakmuts en want!

De naalden tikken rhytmisch
de harten kloppen mee,
'God hoede onze jongens
te land en ook ter zee!'


KONINGIN WILHELMINA OP BEZOEK
Op 30 september 1939 bezocht de koningin het KVV -hoofdkwartier. Enkele stafleden vormden voor de deur een echte erewacht. De koningin liet haar waardering voor de uniformen blijken. Van Wilhelmina is bekend dat zij veel belangstelling had voor het leger en ook voor een actieve rol van de vrouw, maar zij was over het algemeen minder gecharmeerd van vrouwelijke militairen.

KVV Amsterdam ontvangt koningin Wilhelmina

Voor het KVV was dit echter 'De Dag' geweest. De koningin had zelfs de hele dag de haar tot geschenk gegeven KVV -insigne gedragen. En hier komt nu de mobilisatiespeld met het portret van Wilhelmina uit deel 1 van dit verhaal weer om de hoek kijken. Inmiddels weet ik dat de speld niet uit het bezit van mevrouw Van Nispen -van Wely komt. Zijn oorsprong is niet zeker, maar hij is wel ooit in Amsterdam gekocht. Al met al blijft hij in alles goed bij dit KVV -verhaal passen.
De populariteit van het Amsterdamse KVV groeide enorm en elders in het land ontstonden vergelijkbare initiatieven, zoals in Baarn, Blaricum, Bussum, Laren, Huizen. In Rotterdam had men meer moeite met het militaire karakter van het KVV en besloot tot de oprichting van de VHV, de Vrouwelijke Hulp Verlening Rotterdam. Dit leidde weer tot het ontstaan van het VVH, de Vrouwelijke Vrijwillige Hulp. Ook in Drenthe ging de VHV van start. Onderling contact tussen alle korpsen, verenigingen en stichtingen werd onderhouden door het in 1939 in het leven geroepen Contact Bureau Vrouwelijke Vrijwilligers.

© Jacqueline Hoevenberg, 1999


Bron: 'Vrijwillig: een halve eeuw UVV', Ernest Hueting, Walburg Pers Zutphen, 1995

NB
Dit artikel is eerder verschenen in de "Opmars", vierde jaargang, nr. 22, oktober 1999. OPMARS is het tweemaandelijkse magazine van de
Vereniging Historische Militaria.

 

HET KORPS VROUWELIJKE VRIJWILLIGERS - KVV (2)