HET KORPS VROUWELIJKE VRIJWILLIGERS - KVV (3)


K.V.V. - Het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers (1938-1940) - deel 3

HULPVERLENING IN 1940-1941

IN DE OORLOGSDAGEN
I
n 1939 was het Contactbureau Vrouwelijke Vrijwilligers, een overkoepelend orgaan voor alle vrouwelijke vrijwillige hulporganisaties opgericht. Aangesloten waren toen: KVV Amsterdam, VVH Arnhem, Voorlopig Comitť KVV Baarn, KVV Breda, KVV Bussum-Naarden, Dordtse Vrouwelijke Hulpdienst, VVH Ginneken, Vrouwelijk Vrijwilligers Corps Den Bosch, afdeling Hoorn, KVV Hilversum, KVV Laren-Blaricum, VVH Rotterdam, Vrouwelijk Vrijwilligers Corps Utrecht en het Vrouwelijk Vrijwilligers Corps Zeist. Een deputatie van dit bureau bracht begin mei 1940 een bezoek aan het hoofd van de luchtbeschermingsdienst op het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Men wilde op het departement graag de federatieplannen uiteenzetten, aangezien de vrijwilligsters zich dienstbaar wilden opstellen tegenover de landelijke overheid. Men hoopte en verwachtte door dit bezoek officiŽle erkenning als vrouwelijke hulporganisatie te krijgen. Maar het liep allemaal heel anders… Het departement toonde geen enkele belangstelling en tot aller verontwaardiging werd de vorming van een federatie zelfs ongewenst geacht. Het leek de regering echter wel een goed plan om vrouwen bij de luchtbescherming in te schakelen. Men vroeg daarom aan de deputatie om vrouwen die zich zouden aanmelden, voortaan door te verwijzen naar de Rijksinspectie Luchtbescherming. Daarop verlieten de afgevaardigde vrouwen sprakeloos van verbazing het Ministerie. Maar de afwijzing door het Ministerie versterkte alleen de gevoelde noodzaak tot een federatie te komen.

KVV, Korps Vrouwelijke Vrijwilligers krijgt les in Luchtbescherming

KVV-vrouwen tijdens een brandweercursus van de afdeling Luchtbescherming, o.l.v. de gepensioneerde hoofdbrandmeester Forch

Drie dagen na dit teleurstellende bezoek in Den Haag viel het Duitse leger Nederland binnen. De plaatselijke vrouwelijke vrijwilligsters konden nu het geleerde in de praktijk brengen. En hoewel de organisaties op landelijk niveau geen officiŽle erkenning kregen, kreeg die op plaatselijk niveau wel gestalte. In Rotterdam zagen de ongeveer 5000 leden een wel zeer moeilijke taak voor zich. Maar er werden als snel vluchtelingenhuizen ingericht, kinderen met besmettelijke ziekten werden elders ondergebracht en er werd begonnen met de uitdeling van voedsel: 11.000 broden en 9600 porties warm eten werden gedistribueerd. Overal in het land - van Gouda tot Laren en van Maastricht tot Enkhuizen werden vluchtelingen en geŽvacueerden opgevangen. In Amsterdam werden de KVV rijwielbrigades ingezet om de gemeentelijke lucht-beschermingsdienst voor de eerste keer te mobiliseren. Het KVV leverde bovendien voor de luchtbeschermingsdienst een bezetting van telefonistes. Verder werden de KVV vrouwen van de Sociale dienst en de Administratieve dienst gedetacheerd naar elke hulppost. Verder maakten zij deel uit van de nachtploegen van de luchtbeschermingdienst of hielden zij de wacht op het KVV-hoofdkwartier.

Al na vijf dagen kwam de capitulatie en het eigenlijke einde aan het specifieke oorlogswerk van het KVV. Maar men paste zich aan alle omstandigheden aan. Jane de Iong liet in maandblad van de KVV genaamd 'Raad en Daad' weten: "Ook onder de veranderde omstandigheden kunnen wij voortgaan met ons werk, en met raad en daad onze landgenoten bijstaan, met raad en daad helpen bij den opbouw, die thans ons aller taak is". In Amsterdam organiseerde het KVV in opdracht van het gemeentebestuur een goedereninzameling voor de getroffenen van het bombardement op Rotterdam. De chauffeursopleiding voor de vrouwen wierp nu haar vruchten af. De Vervoersdienst van het KVV verzamelde met particuliere auto's van leden en met door De Bijenkorf en Verkade beschikbaar gestelde vrachtauto's kleding, bedden en huisraad. De onvoldoende uitgeruste ziekenhuizen werden voorzien van voldoende onderkleding: de Huishoudelijke dienst van het KVV verwerkte balen flanel en linnen tot hemden en broeken. In samenwerking met de al lang bestaande Vereeniging tot verspreiding van Bloemen, Vruchten en Lectuur in de Ziekenhuizen te Amsterdam werden bloemen, fruit, versnaperingen en ontbrekende kledingstukken onder de gewonde militairen verdeeld. Meer dan 4500 kledingstukken werden verstrekt aan personen uit Rotterdam, die in de hoofdstad onderdak hadden gevonden.
Niet minder dan 27 vrachtauto's met kleding, bedden en huisraad werden door het KVV naar Rotterdam gezonden, waarvan er 15 door leden van de Vervoersdienst werden gechauffeerd. In Rotterdam verstrekte en verdeelde de VVH, de Vrouwelijke Vrijwillige Hulp de omvangrijke goederenstroom die na 15 mei de gebombardeerde stad toevloeide.
Zodra de eerste berichten over Zeeland tot Amsterdam doordrongen, besloot het KVV een hulpexpeditie uit te rusten. Vier chauffeuses en twee verpleegsters vertrokken met twee volgeladen vrachtwagens naar Zeeland.

OPHEFFING IN 1941
Het KVV-bestuur vreesde dat onder de Duitse bezetting opnieuw vrouwen met NSB-sympathieŽn zouden proberen lid te worden. Om dit voorkomen werd een ledenstop ingevoerd. Deze maatregel moest echter weer opgeheven worden, omdat dit volgens de statuten niet mocht. Er lijkt trouwens erg weinig belangstelling voor het lidmaatschap te zijn geweest vanuit de NSB-hoek. Vanaf juli 1940 werd het de joodse leden van het KVV verboden nog langer deel te nemen aan het luchtbeschermingswerk. In Amsterdam was het KVV-bestuur unaniem van mening dat het werk moest worden voortgezet zolang er nog een voor zich zag waar landgenoten mee waren gebaat. In het geval dat aan de uitvoering van taak, zoals die door het KVV werd opgevat, van overheidswege beperkende bepalingen werden gesteld, moest het bestuur deze aanvaarden "zoolang het belang van de Vereeniging dit eischt. Dit is het eenige criterium, de persoonlijke gevoelens van leden of Bestuur doen niet ter zake". Als organisatie die op gemeentelijk verzoek diensten verrichtte, kwam het KVV soms in een moeilijke positie. Eind november 1940 leverde het op aanvraag van de burgemeester collectanten voor de omstreden eerste Winterhulpcollecte in Nederland. Ook verleende het KVV, weer op verzoek van de gemeente, hulp bij de ontvangt van zogeheten uit de Ostmark terugkerende kinderen. Het KVV werd hierbij zeer zeker geconfronteerd met de 'te verwachten onaangenaamheden met de verkeerde hierbij betrokken organisatoren'.
Op 1 januari 1941 telde het KVV bijna achthonderd geÔnstalleerde korpsleden. Het moment van de uitsluiting van joodse leden naderde. Het KVV-bestuur stond nu voor een dilemma: voortbestaan of opheffen? Het bestuur kreeg geen tijd meer voor het nemen van een beslissing, want op 31 januari 1941 werd het KVV-Amsterdam door de Duitse bezetter opgeheven. Na een inval in het hoofdkwartier werden de aanwezige korpsleden beschuldigd van nationalistische gezindheid en werden binnenkomende telefoontjes door een Duitse soldaat afgedaan met de mededeling: "Das KVV existiert nicht mehr!".

"Das KVV existiert nicht mehr!" Revue op Landdag UVV te Hilversum, 1949

Tijdens een verhoor door de SD de volgende dag, bevestigden presidente De Iong en secretaresse Von Balluseck-Eringaard dat er inderdaad binnen het KVV geen onderscheid werd gemaakt tussen joodse en niet-joodse leden. Het hoofdkwartier werd in beslag genomen, alleen persoonlijke bezittingen mochten meegenomen worden. Jane de Iong mocht het KVV-archief en de ledenadministratie behouden. Het goederendepot werd door de Winterhulp overgenomen. Andere plaatselijke korpsen en verenigingen ondergingen hetzelfde lot of gingen zelf tot opheffing over. In de loop van 1942 was bovengronds het georganiseerde vrijwilligerswerk vrijwel ten einde.

TOCH NOG NIET HELEMAAL HET EINDE?
Herinneren jullie je nog de zilveren mobilisatiebroche uit deel 1 van deze serie? Bij het opnieuw doorbladeren van DE WACHT viel mijn oog ineens op het artikel Koperzaagwerk van dhr. J. Hammes in nummer 11, 27 januari 1940.

De kop van dit artikel toont twee broches waarvan ik de rechtse meteen herkende. Het moet wel de zilveren mobilisatiebroche zijn. Gezien de tekst op de broche kan dit eigenlijk geen koperzaagwerk zijn. Het artikel start met de volgende tekst: "De Koninklijke Zilverfabriek Gerritsen en Van Kempen te Zeist heeft een plan uitgewerkt, dat de militairen in staat stelt met heel weinig kosten zelf metalen voorwerpen te vervaardigen onder het motto  "Komt den soldaat verveling plagen, hij vulle zijn tijd met koperzagen".
Ik vermoed nu dat de twee getoonde mobilisatiebroches door de genoemde zilverfabriek in Zeist ontworpen en gemaakt zijn. Dergelijke waarschijnlijk vrij dure broches konden echter tegen veel geringere kosten ook eenvoudig door de soldaten zelf gezaagd worden: men nam hiervoor een zilveren kwartje, gulden, daalder of rijksdaalder en zaagde hierin het hoofd van Koningin Wilhelmina vrij van de parelrand.

Links een hanger gezaagd uit een zilveren halve gulden, rechts een speld van een zilveren dubbeltje.

Het artikel eindigt met de veelzeggende tekst: "… Daardoor dragen al deze door u zelf uitgezaagde voorwerpen een speciaal cachet, dat niet door machinale vervaardiging kan worden geŽvenaard, om niet te spreken van de persoonlijke voldoening over eigen werk en de prettige   herinnering, die daaraan steeds bewaard zal blijven".

© Jacqueline Hoevenberg. 2000

Bronnen (tekst en deel foto's):
'Gemobiliseerde Vrouwen in Tijd van Nood: het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers in Actie', Dr. Jane de Iong in: De Groene, 8 juni 1940, p.5
Vrijwillig: een halve eeuw UVV, Ernest Hueting, Zutphen, 1995

NB
Dit artikel is eerder verschenen in de "Opmars", vijfde jaargang, nr. 25, april 2000. OPMARS is het tweemaandelijkse magazine van de
Vereniging Historische Militaria.

HET KORPS VROUWELIJKE VRIJWILLIGERS - KVV (3)