DE DIENSTBRIL


De dienstbril

Vergeten uitrustingstukken van het Nederlandse leger van vóór 1940, deel 3

In de laatste Opmarsen is steeds ruime aandacht besteed aan 'vergeten' uitrustingstukken van het vooroorlogse Nederlandse leger. Opnieuw zo'n stuk: de dienstbril. Opnieuw wordt in de publicatie van Talens (2001, blz 579-580) nauwelijks over het hier te behandelen onderwerp zelf gerept. Hij beschrijft alleen in detail de na-oorlogse brillen. Het enige dat hij aangeeft is dat de vorm van de bril in de jaren '60 gemoderniseerd wordt van een rond naar een meer vierkant model. Wel geeft Talens een beschrijving van de ontwikkeling van het al of niet geoorloofd zijn van het dragen van een bril tijdens de dienst. In de meeste vooroorlogse voorschriften zal men opnieuw tevergeefs naar een afbeelding of uitgebreide beschrijving zoeken. Dit is waarschijnlijk dan ook de reden dat een beschrijving of afbeelding van het uitrustingstuk geheel ontbreekt bij Talens, die heel sterk de voorschriften volgt en weinig aandacht heeft voor het gebruik en variaties.

 militaire arts met bril Kobus Kuch met bril  militaire kok met bril  militaire hoornblazer met bril

In het dienstvoorschrift Nr. 72a, Handboek voor den soldaat, deel 1 (Breda 1940), staat op blz. 115 dat het de militair is toegestaan een bril of knijpbril te dragen. De bril werd meegegeven tijdens het groot verlof. In 1931 is bepaald dat de bril zelfs in eigendom aan de militair kon worden gegeven. Een bril is een zeer persoonsgebonden object en wordt niet standaard uitgereikt. Het komt dan ook niet voor in de lijsten met uitgereikte goederen. De brillen werden op recept verstrekt, ze werden vooral van dienstwege verstrekt aan hen die voor de uitoefening van de functie een bril nodig hadden en die niet konden betalen. Opmerkelijk is dat de militair zich zelf op het ziekenrapport moest melden. Bij uitgave van een bril werd hiervan een aantekening gemaakt in het Oorlogszakboekje op blz. 2 onder het kopje Brillenvoorschriften. Hier werd de sterkte van de glazen genoteerd tussen de maat van het gasmasker en de opgaven van de vaccinaties. De combinatie met het gasmasker is hier van belang aangezien de bril daaronder moest passen zonder gevaar op te leveren. In het dienstvoorschrift Nr. 52 Handleiding Gasbescherming, deel I (Breda 1938) staat op blz 27 onder het kopje c. Het passen van gasmaskers onder punt 54. Het volgende: "Brildragers moeten bij het maat nemen en bij gaskamercontrôle hun bril ophebben. Brillen met dik (b.v. hoorn) montuur en lorgnetten (=knijpbril) leveren groote bezwaren op. Daarom mogen bij gasmaskeroefeningen en te velde slechts brillen met dun montuur worden gebruikt. De brilleglazen steeds aan beide zijden met brillezalf behandeld zijn". Opvallend is dat hier niet gerept wordt over de van dienstwege verstrekte bril, hooguit dat het afgeraden wordt brillen met hoornen montuur te dragen in combinatie met het gasmasker.

De dienstbril werd in een donkergrijs tot zwarte of donker groene koker geleverd. Op de buitenzijde van de tekst staat naast de rand waar de deksel geopend kan worden de tekst: MILITAIR, als aanduiding dat dit een door de Landmacht verstrekte bril is. Aan de binnenzijde van de deksel was een papieren label geplakt waarop de volgende tekst:


Naam ………………………………………………………
Rang………………………………………………………..
Korps………………………………………………….....
Plaatsnaam…………………………………………………

Gewone bril   Rechterglas……….            Linkerglas…….
Gasmaskerbril ..........
Pupillenafstand………………
Neusbrug…………………….
Buitenmaat……………………

Deze bril met étui blijft Rijkseigendom en moet aan het eind van den dienstplicht ingeleverd worden bij het Rijksmagazijn van Geneesmiddelen te Amsterdam.


Op de puntjes werden gegevens ingevuld. Bij de optie gewone bril of gasmaskerbril kon worden doorgestreept wat niet van toepassing was. Hiermee is duidelijk dat minstens twee verschillende modellen geleverd konden worden.
De bril is van zeer eenvoudig model. De glazen zijn rond en hebben een hoornen of metalen rand afhankelijk van het type bril. Het afgebeelde exemplaar is op grond van de hoornen rand een gewone bril. De beugels bestaan bij dit exemplaar uit simpele stukken in doorsnede rond metaaldraad dat om het oor klemde. De beugels van de gasmaskerbrillen zijn in doorsnede plat, en passen zo beter onder het rubber van het masker. Op de bril zelf zijn geen merktekens aangebracht.

Wanneer foto's uit de mobilisatie worden bekeken, dan blijkt dat daar regelmatig brildragenden op voorkomen. Er is een grote verscheidenheid in brillen, waarmee we ervan kunnen uitgaan dat de meeste hun privé bril droegen. Hierbij komen zowel ronde als iets hoekige monturen voor. In ieder geval is het hoornen montuur populair.

Wellicht heeft dit artikel weer iets van de sluier opgelicht van een ‘vergeten’ maar toch alledaags uitrustingstuk van de Nederlandse militair uit de periode tot 1940.

Arjen Bosman
© 2002

Literatuur:
Talens, M., 2001, "De ransel op de rug", De uitrustingstukken van de Nederlandse soldaat sinds 1813, deel 2, Breda.
Brongers, luit-kol E.H., 1985 (2), Opmars naar Rotterdam, deel 2: Van Maas tot Moerdijk, Baarn.
Vries, G. de & B.J. Martens, 1993, Nederlandse vuurwapens, Landmacht en Luchtvaartafdeling 1895-1940, Amsterdam.


NB
Dit artikel is eerder verschenen in de "Opmars", zesde jaargang, nr. 38, juni 2002. OPMARS is het tweemaandelijkse magazine van de
Vereniging Historische Militaria.

REACTIE OP BOVENSTAAND ARTIKEL

Kort commentaar door J.C. Kerkhoven, voormalig conservator van het Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum (e-mail d.d. 13 maart 2003):

"De dienstbril

In 1873 verbod officieren een bril te dragen, behalve voor officieren van gezondheid en kwartiermeesters (Talens II, p.579). In 1903 officieren gemachtigd bril te dragen, mits van twee brillen voorzien (idem Talens). In 1900 en 1904 brildragen ook aan miliciens toegestaan (idem Talens). In 1918 brillen van Rijkswege verstrekt aan militairen beneden de rang van officier (Talens II, p.280). In 1921 nadere regels bij onderzoek en verstrekking dienstbrillen. Bij groot verlof dienstbril meegegeven (idem Talens). In 1948: zie 1931. Reparaties eigen bril niet vergoed. In 1973 nieuw model bril (Talens II, p.582 en afb.).

Opmars erkent deze ontwikkeling van brildragen, maar mist Afbeeldingen en beschrijvingen oude en nieuwe dienstbrillen (Talens II, p.582). Wat meer afbeeldingen tussen 1900 en 1940 en van ná 1975 hadden in delen I en II niet misstaan. Trouwens, "in de meeste vooroorlogse voorschriften zal men opnieuw tevergeefs naar een afbeelding zoeken" (Opmars juni 2002). In dit nummer gaf Opmars het goede voorbeeld met foto's van brildragers vóór 1940."

DE DIENSTBRIL