HET KNIP- OF ZAKMES


Het knipmes

Vergeten uitrustingstukken van het Nederlandse leger van vr 1940, deel 1

In de publicatie van Talens (1998) wordt gesproken over “het zak- c.q. knipmes”, maar wordt door hem helaas niet afgebeeld. Ook in de meeste vooroorlogse voorschriften zal men tevergeefs naar een afbeelding of uitgebreide beschrijving zoeken.

De beschrijving die Talens (1998, blz. 242) geeft is als volgt: Het zakmes was een z.g. knipmes met bruinhouten grepen. In ingeklapte toestand lag het mes in het handvat. Vergeleken met de na 1940 verstrekte messen was het, met een ingeklapte lengte van 12 cm, vrij lang. De meeste messen waren van Duits fabrikaat, b.v.: Friedrich Herder und Sohn, Solingen-Germany. Wat verder over het knipmes geschreven wordt is de prijs van destijds: f 0,12 (Talens 1998, blz. 242; Smits 1985, blz. 10).

Wanneer we echter gaan kijken naar originele exemplaren blijkt toch dat de beschrijving van Talens niet klopt. Over de fabrikant is op grond van de messen zelf niets te zeggen aangezien zelden een stempel is aangebracht. De maat van het mes, zoals Talens die weergeeft, klopt geheel niet. De vooroorlogse messen zijn in lengte namelijk nagenoeg gelijk aan de latere exemplaren. De lengte van de vooroorlogse messen is 10,1 cm in gesloten toestand. Het enige verschil met de naoorlogse messen is dat die van voor 1940 altijd alleen n mes hebben, later zijn de messen van veel meer toeters en bellen voorzien.
Op de houten grepen is bij uitgereikte exemplaren een nummer ingeslagen of gebrand. De grootte van de cijfers varieert. In de regel worden grote cijfers gebruikt, maar ook kleine cijfers ter grootte van die op identiteitsplaatjes worden gebruikt. Soms wordt hierbij expliciet het onderdeel vermeldt: R G T III 23 (Regiment Genie Troepen; deze tekst is in grote letters en cijfers ingebrand). Op het getekende exemplaar is de ingeslagen nummering door gebruik wat gesleten.

knipmes of zakmes met nummer

Het mes van de tekening is gevonden op een boerderij nabij Liessel in de Peel in juni 1940 door J. Lammers. Het is hoogstwaarschijnlijk achtergelaten of verloren door de eenheid die in die boerderij zat als onderdeel van de teruggetrokken Peeldivisie. Het uiteinde van de greep is doorboord en iets uitgefreesd. Mogelijk kon hierdoor een touw gehaald worden. Daarmee kon het knipmes dan vervolgens aan de broodzak bevestigd worden. Dit is onder andere bevestigd door B. Haans, veteraan van de meidagen van 1940 van het 6e Regiment Infanterie (of 26 RI?) . Hij heeft aan de Maas bij Blerick gevochten en is een bekende verschijning: hij is namelijk te zien op de welbekende serie van schaatsende Nederlandse militairen als schutter van de lichte mitrailleur M20 (Zwaan 1979, afb. 74, 76 en 116). Soms is de doorboring niet breed genoeg om een draad doorheen te halen. Zo is bij het boven vermelde Genie mesje de doorboring ter grootte van een stopnaald. Het is mogelijk dat in de gaten een ring of beugel werd bevestigd waaraan een koord geknoopt kon worden. De doorboring komt overigens niet op alle messen voor. De houten grepen en ijzeren veer van het heft zijn in de regel met drie klinknagels vastgezet afgezien van de nagel waarom het mes scharniert. Op de foto is dit duidelijk te zien. De ‘scharniernagel’ is iets naast het midden in de sleuf van het ijzeren uiteinde van het mes gezet. Het mes is geslepen en heeft een uitgesneden nagelgreep aan een zijde. De overgang van het mes naar het heft wordt gemarkeerd door een nok aan de snedezijde.

Het knipmes is in verzamelaars kringen een gewild, maar zeldzaam object. Dat laatste kan er aan liggen dat het gewoon een handzaam object was dat ook buiten de dienst gebruikt kon worden. En dat daarmee de voorraad is opgebruikt. Aan de andere kant is de zeldzaamheid vreemd, aangezien zeer grote aantallen moeten zijn uitgereikt. In het dienstvoorschrift Nr. 16 Kleeding- Uitrusting- en Ledergoedvoorschrift voor de Koninklijke Landmacht, Breda 1936 staan uitgebreide lijsten wat aan welk onderdeel werd uitgereikt. Nu blijkt hieruit dat alle militairen het mes in dienst uitgereikt kregen en het vervolgens met groot verlof mee naar huis mochten nemen. De enige uitzondering vormden de militairen van het Vrijwillige Landstorm Korps. Zij kregen pas bij het het afkondigen van de mobilisatie hun knipmes. Dit geldt echter alleen voor de V.L.K. Motordienst, - Vaartuigendienst en de – Spoorwegdienst. De leden van de V.L.K. Luchtwachtdienst hebben als enige het knipmes nooit gekregen.

Pieter Dijkstra & Arjen Bosman
2002


Literatuur:
Smits, F.J.H.Th., 1985, De tirailleur van de Nederlandse infanterie 1928-1940, Armamentaria 20, blz 6-11
Talens, M., 1996, “De ransel op de rug”, De uitrustingstukken van de Nederlandse soldaat sinds 1813, Breda.
Zwaan, J, 1979, De mobilisatiemaanden 1939-1940, Amsterdam.

NB
Dit artikel is eerder verschenen in de "Opmars", zevende jaargang, nr. 36, februari 2002.
OPMARS is het tweemaandelijkse magazine van de Vereniging Historische Militaria.

REACTIE OP BOVENSTAAND ARTIKEL

Kort commentaar door J.C. Kerkhoven, voormalig conservator van het Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum (e-mail d.d. 13 maart 2003):

"Knipmes

Maakte in 1815 deel uit van de inhoud van het naaizakje (Talens I, p.24-25), net als in 1834 (Talens I, p.74). In dat jaar 1834 leverde de luit.-kolonel De Braak o.a. kritiek op dat knipmes. Het zou z.i. een combinatiemes moeten zijn, samen met een eeltschraper, een priem, een laatvlijm (om bij koorts bloed af te tappen) en een tondeldoos. In de tweede helft van de 19de eeuw werd dat mes apart uitgereikt. Op de in Opmars gegeven afbeelding (Opmars feb 2002) van een in 1940 gevonden knipmes komen inderdaad cijfers en hoofdletters op de greep voor. Nameting van de centimeterschaal levert op dat de afbeelding 2/3 van de ware grootte biedt. Narekening toont aan dat de aangegeven schaalcentimeter 2 3/4 x gaat in de lengte van de greep = 8 1/4 schaalcentimeter. Ware grootte is dan 3/2 x 8 1/4 = ruim 12 cm. Dat klopt dus wl met Talens' opgave. Of echter het knipmes uit bv. 1830 of 1890 ook een 12cm heft heeft? In elk geval kostte het knipmes uit 1940 ƒ 0,12 (Talens I, p.243)."

HET KNIP - OF ZAKMES