KORPS MOTORDIENST


Korps Motordienst (KMD)

Ripperda kazerne, Haarlem.De Motordienst werd op 12 juli 1915 opgericht en later hernoemd in Depot Motordienst of DMD. Om in geval van nood over voldoende reservechauffeurs te kunnen beschikken, werd op 27 januari 1920 het Vrijwillige Landstormkorps Motordienst of VLMd opgericht. Op 20 augustus 1921 werd het Depot van de Motordienst omgedoopt in "Schoolcompagnie van de Motordienst", in de wandeling MAS geheten, bestaande uit de Staf en een compagnie. In september 1922 verhuisde de compagnie van Delft naar Haarlem, te weten naar de Ripperda kazerne.
In de daarop volgende jaren kregen talloze militairen van allerlei onderdelen hun rijopleiding, terwijl ook andere automobieltechnische cursussen werden gegeven. De "Schoolcompagnie van de Motordienst" werd op 1 januari 1936 omgevormd in het Korps Motordienst of KMD.
  • Staf, 1e Compagnie, 2e Compagnie te Haarlem
  • 3e Compagnie te Apeldoorn
  • 4e Compagnie te 's-Hertogenbosch

Het KMD zou in verband met de voortschrijdende motorisering van het leger een omvangrijkere taak krijgen dan voorheen. In 1938 bestond het KMD uit de Staf - waarin opgenomen het mobilisatiebureau - en vijf compagnieŽn. De toegevoegde 5e Compagnie was gelegerd te Haarlem.
Van de nieuw opgekomen lichtingen dienstplichtigen werd jaarlijks ca. 600 man ingedeeld bij het KMD. Rekruten die reeds in het bezit waren van een rijbewijs of werkzaam waren in de autobranche, genoten hierbij natuurlijk de voorkeur, maar hun aantal was onvoldoende en moest worden aangevuld met militairen uit andere legeronderdelen.

KMD, Motordienst Haarlem

Contingent dienstplichtigen, lichtingen 1937 t/m 1940, bij het Korps Motordienst:

JAAR AANTAL
1937 364
1938 577
1939 572
1940 608




1939 – 1940
Als gevolg van de algemene mobilisatie, op dinsdag 29 augustus 1939, werd er een groot aantal voertuigen - ca. 12.000 – gevorderd. Al deze voertuigen werden door chauffeurs van het KMD of het VLMd naar de diverse mobilisatiecentra gebracht, waar ze in de grijs- groene legerkleur werden gespoten en voorzien van oranje nummerborden. Bij het afkondigen van de mobilisatie werd het Korps Motordienst omgevormd tot het Depot van de Motordienst van waaruit de gemotoriseerde eenheden werden voorzien van chauffeurs en materieel. In september 1939 werden uit het DMD en het VLMd zes Auto Bataljons gevormd: I Auto Bat t/m VI Auto Bat.
Een Auto Bataljon bestond uit vier compagnieŽn, waarvan de 1e en 2e compagnie meestal bestemd waren voor het transport van voorraden en troepen, terwijl de 3e en 4e compagnie het munitietransport voor hun rekening nam. Elke compagnie bestond weer uit 5 secties en een korpstrein. Een sectie had de beschikking over 1 personenauto en 22 vrachtwagens. De korpstrein bestond uit 2 keukenwagens, 1 proviandauto, 1 goederenauto, 5 tankauto's, 5 herstellingsauto's, 1 smeermiddelenauto, 1 takelauto en 1 autobus.
VI Auto Bataljon was bestemd voor het vervoer van zieken en gewonden. Hier bestond een sectie uit 1 personenauto, 16 ambulances en 2 autobussen. Bij elk bataljon was een reparatieafdeling ingedeeld. In totaal bestond een bataljon uit ca. 1200 man met ongeveer 600 voertuigen.


DISLOCATIE

DEPOT MOTORDIENSTKMD, Motordienst Haarlem

Staf, vijf compagnieŽn en technische ploeg te Haarlem (Ripperda kazerne)

I  AUTO BATALJON (Ie Legerkorps)
1e Compagnie te Wassenaar en Hillegom
2e Compagnie te Delft
3e Compagnie te Alphen aan de Rijn
4e Compagnie te Leidschendam

II  AUTO BATALJON  (IIe Legerkorps)
1e Compagnie t/m 4e Compagnie te Doorn

III  AUTO BATALJON (IIIe Legerkorps)
1e Compagnie t/m 4e Compagnie o.a. te 's-Hertogenbosch en Vught

IV  AUTO BATALJON   (IVe Legerkorps)
1e Compagnie t/m 4e Compagnie in het Gooi

AUTO REGIMENT (Veldleger)
V AUTO BATALJON
1e Compagnie en 2e Compagnie te Zeist
3e Compagnie gedetacheerd bij de Brigade A en Brigade B (in de Betuwe)
4e Compagnie sinds september 1939 gedetacheerd in Noord-Brabant

VI AUTO BATALJON
1e Compagnie t/m 4e Compagnie te Zeist
Sectie Paardenvervoer te Zeist
Herstellingsploeg te Utrecht

Het totale wagenpark van het Nederlandse leger telde bij het begin van de oorlog ca. 15.000 motorvoertuigen, waaronder 12.000 vrachtauto's, 1200 Trado's *) en 1600 personenauto's. Hiervan waren ruim 5.000 automobielen ingedeeld bij de zes Auto Bataljons, de Etappen- en Verkeersdienst en de KMD-compagnieŽn.


2 - V Auto Bataljon (2e Compagnie van het 5e Auto Bataljon) in mei 1940
Zoals al eerder vermeld, was de 2e Compagnie gelegerd te Zeist en bestond de hoofdtaak het vervoeren van voorraden en troepen. Het gehele V Auto Bataljon was samen met het VI Auto Bataljon ingedeeld in het Auto Regiment en viel onder het commando van de Commandant Veldleger (C.V.).

V Auto Bataljon
Commandant = Reserve Majoor N. Feenstra

2 - V Auto Bataljon

Commandant Reserve Kapitein motordienst Ir. F.A. Klein
Sectiecommandant Reserve 1e Luitenant motordienst F.H.J. de Vos 
Sectiecommandant Reserve 1e Luitenant motordienst G. Mettrop
Sectiecommandant Reserve 1e Luitenant motordienst H. de Roos
Sectiecommandant Reserve 2e Luitenant motordienst J.W. Peters
Sectiecommandant Reserve 2e Luitenant motordienst A. Schras

Gezien de ontwikkelingen - met name de inzet van Duitse parachutisten en luchtlandingstroepen - in het westen van Nederland gedurende de meidagen 1940, was het noodzakelijk om diverse (reserve) troepen ter versterking richting Rotterdam en Den Haag te vervoeren. Hiervoor werden o.a. troepen aangewezen van de zogenaamde Legerkorpsreserve uit de Grebbelinie en later ook bezettingstroepen uit het Oostfront van de Vesting Holland (Nieuwe Hollandse Waterlinie).


Verplaatsing van onderdelen van het Veldleger naar het westen van het land
Op 10 mei 1940 om 11.35 uur werd op bevel van de O.L.Z. aan de C.V. opdracht gegeven om troepen ter waarde van een regiment infanterie naar Gouda moest worden gezonden, waar de nadere bestemming zou worden bekend gemaakt. De op grond hiervan door de C.V. gegeven bevelen hielden o.a. het volgende in: troepen, ter waarde van een regiment infanterie van het IIe Legerkorps (II L.K.) moeten zo snel mogelijk met twee compagnieŽn van II Aut.Bat. en een compagnie van V Aut.Bat. (van Auto Regiment) over Utrecht, Montfoort naar Gouda worden verplaatst, waar de troepen onder bevel van C.-Vg. Holland treden.
Ter uitvoering van deze bevelen wees de C.-II L.K. aan:

KMD, Motordienst Haarlem
C.- 11 R.I
I - 11 R.I.
IV - 10 R.I.
IV - 15 R.I.
11 C.Pag. (min een sectie)
11 C.Mr.

Voor het vervoer werden bestemd:
1 - II Aut.Bat.
2 - II Aut.Bat.
2 - V Aut.Bat.
Ļ)

De uitvoering had het volgende verloop.

10 mei 1940
Op 10 mei 1940 ten 16.00 uur
≤) kwam 2 - V Aut.Bat. met circa 100 vrachtauto's, waaraan op verzoek van C.- 11 R.I. toegevoegd 3 paardenauto's van de Autosectie voor paardenvervoer, te Leersum aan en nam het inladen een aanvang. Door een minder doelmatige opstelling der voertuigen van 11 R.I. en vooral door de aanwezigheid, bij de autocompagnie, van slechts een beperkt aantal laadgoten, nam het inladen van Staf en I - 11 R.I. en 11 C.Mr. omstreeks 3 Ĺ uur in beslag ≤) . Over Zeist – Utrecht – Veldhuizen – Montfoort - Oudewater reed de colonne naar Gouda. Aan het hoofd reden enige motorordonnansen, gevolgd door een pantserafweer compagnie, terwijl in de colonne zware mitrailleurs tot afweer van luchtaanvallen waren opgesteld. De auto's waren met takken enigszins gemaskeerd. Zonder andere incidenten dan het nu en dan verbreken van het verband door verkeersmoeilijkheden en het van de weg afraken van ťťn trailer met keukenwagen werd ten 22.30 uur ≥), na het invallen van de duisternis de rand van Gouda bereikt, waar C.- 11 R.I. de colonne deed halt houden en zich naar de C.- Oostfront Vg. Holland begaf.

11 mei 1940


Hier werd de opdracht ontvangen, naar Rotterdam te vertrekken. Om 24.00 uur
≥) vertrok de colonne van 11 R.I. uit Gouda. Deze bereikte, na een met gedoofde lichten uitgevoerde mars, die werd bemoeilijkt door tal van op de weg opgestelde hindernisauto's, 11 mei ten 01.30 uur of  02.30 uur 4) de Goudscherijweg te Rotterdam, waarna C.- 11 R.I. zich op de Veemarkt bij de kantonnementscommandant meldde en daar de opdracht kreeg het "Maasfront" te bezetten. C.- 11 R.I.vestigde zijn commandopost in hotel Atlanta op de Coolsingel. Nadat was ontladen, marcheerden de onderdelen van 11 R.I. naar hun opstellingen, hetgeen in de verduisterde binnenstad en bij de onbekendheid ter plaatse van de aanvoerders en troepen niet eenvoudig was. 2 - V Aut. Bat. had naar de Bilt moeten terugkeren, doch is ten onrechte door C.- 11 R.I. te Rotterdam aangehouden. Na ontlading werden de treinen van de naar Rotterdam gezonden troepen, alsmede 2 - V Aut.Bat. opgesteld op verschillende punten verspreid over de stad, o.a. onder het viaduct bij het Beursstation.

14 mei 1940

2 - V Aut.Bat. stond sedert 13 mei opgesteld aan de Bergsingel te Rotterdam. 


Na de capitulatie
Na de capitulatie van het Nederlandse leger werden in veel landelijke- en regionale dagbladen berichten geplaatst, soms paginagroot, over de (nieuwe) verblijfplaats van diverse onderdelen. Dit gebeurde in de periode vanaf 18 mei 1940 t/m 25 mei 1940. Soms werd er naast de verblijfplaats van het onderdeel ook melding gemaakt van gesneuvelde, gewonde en/of vermiste militairen.
Uit De Telegraaf (avondblad) van 23 mei 1940 komt het hiernaast afgebeelde bericht, dat dezelfde dag ook gestaan heeft in de Nieuwe Rotterdamsche Courant (avondblad) en op 24 mei 1940 in De Standaard en de Nieuwe Rotterdamsche Courant (ochtenblad).


Andrť
Reijniers
© 2004


Noten
*) Trado, een constructie die het mogelijk maakte van een normale vierwielige standaardtruck een terreinauto met 6 x 4 aandrijving te maken. De naam "Trado" ontstond uit een samenvoeging van de namen V.d. Trappen en Van Doorne (DAF)
1) De 2e Compagnie van het 5e Auto Bataljon was geen "gevechtseenheid" zoals bijvoorbeeld het I - 11 R.I. Mede hierdoor is er in de genoemde publicaties (zie literatuurlijst) weinig terug te vinden over het doen en laten van deze compagnie gedurende de meidagen van 1940. Ik betwijfel of de onderdelen van deze compagnie dan ook direct betrokken zijn geweest bij de gevechtshandelingen te Rotterdam.
2) Volgens het verslag van C.- 2 - V Aut.Bat. laden ten 16.00 uur en 19.30 uur afmars. Volgens het verslag van C.- 11 R.I. laden Ī 14.00 uur en afmars Ī 17.00 uur.
3) Volgens het verslag van C.- 2 - V Aut.Bat.
4) Volgens het verslag van C.- 11 R.I. ten 01.30 uur
5) De overige onderdelen, genoemd in dit bericht zijn niet vermeld. Er is geen vermelding over het sneuvelen van J. Wilgenhof. Nieuwveen ZH in Delfland, dorp in de gemeente Nootdorp: de genoemde vermiste militairen zijn, voorzover auteur bekend, niet gesneuveld.
Over Johannes Wilgenhof is ook bijna niets te vinden in de literatuur. Alleen in "Hun naam leeft voort…!" (Literatuurlijst nr. 8) is een vermelding te vinden: Geboren 6 april 1910, inwoner van Beverwijk. Hij is als dienstplichtig soldaat van het Korps Motordienst op 14 mei 1940 bij Rotterdam gesneuveld. Straatnaam te Beverwijk.
De overlijdensdatum van 14 mei 1940, zie ook de OGS info, commentaar van Frans Oorschot (31-08-2003), is wel een vaststaand feit. Dat hij eerder gewond is geraakt behoort tot de mogelijkheden. De plaats en datum van het eventueel eerder gewond raken is tot op heden nog onduidelijk zo ook de plaats van overlijden te Rotterdam. Het lijkt mij sterk dat Wilgenhof direct betrokken is geraakt bij de gevechtshandelingen rond de Maasbruggen te Rotterdam gezien de verspreide opstelling van de voertuigen van het Auto Bataljon.

Afkortingen
I - 11 R.I. = 1e Bataljon van het 11e Regiment Infanterie
IV - 10 R.I. = 4e Bataljon van het 10e Regiment Infanterie
11 C.Pag. = 11e Compagnie Pantserafweergeschut
11 C.Mr. = 11e Compagnie Mortieren
Aut. Bat. = Auto Bataljon
C. = Commandant
C.V. = Commandant Veldleger
O.L.Z. = Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht
Vg. Holland = Vesting Holland

Literatuur
1. SAMENSTELLING VAN DE KONINKLIJKE LANDMACHT OP VOET VAN VREDE, Ministerie van Defensie, Uitgeverij: Algemene Landsdrukkerij, 's-Gravenhage, 1939, blz. 16.
2. DE OPERATIňN VAN HET VELDLEGER EN HET OOSTFRONT VAN DE VESTING HOLLAND, MEI 1940, Nierstrasz, V.E., Staatsdrukkerij en uitgeverij, 's-Gravenhage 1955, diverse bladzijden
3. DE STRIJD OM ROTTERDAM MEI 1940, Nierstrasz, V.E., Staatsdrukkerij en uitgeverij, 's-Gravenhage 1955, diverse bladzijden
4. RUIM 40 JAAR GELEDEN DEED DE AUTO HAAR INTREDE IN HET LEGER, F.E. De Nijs Bik, In: Legerkoerier, nr. 5, mei 1956, blz. 22-24
5. EEN HALVE EEUW AAN- EN AFVOERTROEPEN, Glimlachjes en grimlachjes uit het bestaan van de motordienst, Koolhaas Revers, in : Auto Kampioen, nr. 31, juli 1965, blz. 2136-2139
6. HET KRIJGSVOLK VAN WELEER, Panorama van Leger, Luchtmacht en Marine in Mei 1940, Klingens, J., uitgeverij: Jordans, Voorburg, z.j. [1986], diverse bladzijden, ISBN 90.800083.1.1
7. MILITAIRE TRANSPORTVOERTUIGEN IN NEDERLAND, M. Wallast, uitgeverij: Elmar, Rijswijk, 1989, diverse bladzijden
8. HUN NAAM LEEFT VOORT…! Oorlogsslachtoffers verleenden hun naam aan straten en gebouwen, W.A. Brug, uitgeverij: Repro Holland B.V., Alphen aan de Rijn, 1989, blz. 235, ISBN 90.6471.227.1
9. GARNIZOENSSTAD HAARLEM, M.A. Bulte / A. Neeven, uitgeverij: De Vrieseborch, Haarlem, 1992, diverse bladzijden, ISBN 90.6076.343.2


NB
Dit artikel is geschreven in reactie op een vraag aangaande soldaat J. Wilgenhof van 2-V Aut.Bat. Deze vraag kwam binnen via het reactieformulier van de website
www.leger1939-1940.nl en is als zodanig op de site is geplaatst in het onderdeel Vraag & Antwoord.