KOBUS KUCH




Ik ben Kobus Kuch
Kom van Burgerbrug.
Doch beschouw me niet als een sul,
Hoe je 't ook beziet
mensch vergis je niet
want ik ben een beste knul.
En ik dien den Staat
als een goed soldaat.
aan de grens of kust
Zeg maar waar je me lust.
'k Waak voor groot en klein
en trek nooit de lijn
ieder kan dus rustig zijn!

Ik ben Kobus Kuch uit Burgerbrug.
'k Voel me vroolijk vrij en fit.
Ik ben wat je noemt een lid
waar de geest van De Wit en De Ruyter nog in zit.
Ik ben elken vijand steeds te vlug.
niemand heeft van mij terug.
Wie staat altijd op de bres in Burgergrug
KOBUS KUCH! ! !

'k Zing m'n leven lang
van: We zijn niet bang!
Als het moed dan vlam ik van moed!
'k Heb een tijd gevrijd
met een keukenmeid.
dus voel ik me goed doorvoed.
's Zondags kip of duif
's Maandags varkenskluif,
's Dinsdags zóó'n homp worst.
En geen dag leed ik dorst!
Heel de compagnie
keek vol jalousie
elken dag naar mijn Marie.

Refrein

Als er één soms zegt:
Een soldaat heeft 't slecht.
Beste man, die weet er van niks van.
Want ik lach voor twee
steeds op de chambrée.
'k Ben zoo zorgeloos als 't maar kan!
't Is van uur tot uur
een gezondheidskuur.
en je word Als vent
Moeders pappot ontwend.
En wat is er nou
schooner dan de trouw,
aan ons fiere Rood-Wit-Blauw.


Tekst: Ferry , muziek: Louis Noiret