ALS MIJN SLAPIE SLAAPT



Ik ben weer in 't soldatenpak
bij vroegere kornuiten.
Maar kan precies als indertijd,
weer naar mijn nachtrust fluiten.
Ik heb m'n zelfde slapie weer,
hij is een fijne vent,
maar als ie slaapt is hij de schrik
van 't regiment.

Als m'n slapie slaapt dan snurkt hij als een os.
Wat er ook gebeurt, hij slaapt er maar op los.
Ligt ie op z'n krib, snurkt ie in een wip.
Trilt ie van z'n teenen tot z'n onderlip.
Als m'n slapie slaapt dan snurkt hij als een os.
Wat er ook gebeurt, hij slaapt er maar op los.
Zooals die snuiter slaapt daar sta je van verstomd.
Wil je niet opstaan, blijf je maar liggen,
maar je moet weten wat er van komt.

Wij hebben veel geprakizeerd,
om hem dit af te leeren,
maar onverschillig wat wij doen,
niets kan m'n slapie deeren.
Z'n krib wordt dikwijls op scherp gezet,
dan ploft ie op den grond.
Maar dad'lijk slaapt ie rustig in,
met open mond.

Refrein

't Is net het schoone slaapstertje,
niets kan zijn rust verstoren.
Je kan hem op een afstand van
een kilometer hooren.
Wij smijten kuchies naar z'n hoofd
maar hij ligt op een oor.
Al staat de wereld op z'n kop,
hij snurkt maar door.

Refrein

1940, tekst: Daan Hooykaas, muziek: Willy Schootemyer