ASPIRINE


Aspirine

Als je op de tafel kijkt,
van den dokter, van den dokter;
Wat daar zoo voor deftigs prijkt;
Als je op de tafel kijkt,
is het eerste wat we zien:
Aspirine, aspirien!
Aspirine voor je beenen
Aspirine voor je buik.
Tegen blaren op je teenen,
en als je je pols verstuikt.
Aspirine voor je armen,
voor je nek en voor je darmen.
De soldaatjes één voor één,
gaan met aspirine heen.

's Morgens staan ze kwart voor acht,
voor den dokter, voor den dokter;
alles wat maar moet op wacht,
staat al klaar om kwart voor acht;
negen krijgen van de tien:
Aspirine, aspirien!
Aspirine voor de goeierds,
na een slapeloozen nacht,
Aspirine voor de knoeierds,
die verlangen: "Vrij van wacht!"
Aspirien alleen kan baten
voor officieren en voor soldaten,
voor fourier en voor sergeant,
en voor 't paard van d'adjudant.

Als we eens weer burger zijn,
gaan we nooit meer naar den dokter.
Zelf genezen w'alle pijn.
Als we eerst maar burger zijn,
koopen elk een pond of tien:
Aspirine, asperien!
Aspirine voor je oudje,
aspirine voor je hond,
aspirine voor je vrouwtje,
als er weer een kleintje komt.
Aspirine zal niet hind'ren,
voor je kanarie en voor je kind'ren.
Dokters kan ik niet meer zien,
ik zweer trouw aan d'aspirien.

Tekst en muziek: Dirk Witte (1919, gezongen door Jean-Louis Pisuisse)