DAAR KOMEN DE JONGENS VAN HOLLAND AN


Hollandse soldaten.


Daar komen de jongens van Holland an.
De grond en de huizen, ze trillen er van.
De meisjes en vrouwen ze trillen voor twee.
Ze zuchten: "Och hadden we toch gauw maar weer vree!"
Kom, sta niet te grienen om zoon of om man,
want grienen daar houden soldaten niet van.

De jongens van Holland, ze lijken tam,
zoo zacht en zoo zoet en gedwee als een lam,
maar wil soms een vreemde hier baas zijn in huis
dan geven z'm netjes van katoen op zijn buis.
En wil hij niet weg, wel, dan laten z'm staan,
en schieten hem straks uit het water vandaan.

Daar komen de jongens van Holland an,
de grond en de huizen, ze trillen er van,
maar wie er ook trillen, zij trillen niet mee;
Er was nooit een Hollandsche soldaat die dat dee'.
Zij vechten niet graag, maar alleen als het moet,
dan slaan zij d'r op en dan vechten zij goed

1939, mars, tekst en muziek: A. en V. Loosjes