DE JONGENS AAN DE GRENZEN, DE JONGENS AAN DE KUST


Jongens aan grenzen en kust

Geladen is de atmosfeer.
Er dreigen onweerswolken.
Het is het "ouwe liedje" weer,
geschillen tusschen volken.
En zie ons kleine Nederland,
de bakermat der vree.
Dat bleef zijn fiere spreuk gestand
en zei: "Je maintiendrai"

De jongens aan de grenzen,
de jongens aan de kust,
doen prachtig hun soldatenplicht
en waken welbewust.
De jongens aan de grenzen,
de jongens aan de kust,
behouden voor ons vaderland
de vrede en de rust.

Neutraliteit onz' grootste schat,
blijft oorlogsramp verbannen.
In forten en in kazemat,
daar waken onze mannen.
Bij vette rats en versche kuch,
houdt elk zijn goed humeur.
Het leed vergeet je o zoo vlug,
wat koop je voor gezeur.

Refrein

Al is er wel eens ongerief,
toch brengt het ook zijn baten.
De meisjes lachen extra lief,
nu tegen de soldaten.
De Nederlandsche vrouw is fier
op leger en op vloot.
Want flinke kerels zoals hier,
maken ons landje groot.

Refrein

1939, mars, tekst: Ferry (van Delden), muziek: Louis Noiret, gezongen door Kobus Kuch