OhOH FOURIER


Schoenen!

Toen ik m'n kledingstukken moesten gaan halen als soldaat,
m'n pantalon, m'n hempie en m'n sokken.
Toen waren er geen schoenen meer aanwezig in mijn maat,
dus heb ik wat er was maar aangetrokken.
Die muiltjes zijn me wel een maat of zeventien te groot,
ik voel me er zoo eenzaam in, ze zijn zoo zwaar als lood.

Oh fourier, fourier,
doe mij nou een plezier,
kunt u de schoenen die ik heb niet voor me ruilen?
Als m'n moeder me zoo ziet,
kent ze d'r eigen jongen niet,
want die schoenen zijn toch werk'lijk om te huilen.
Het zijn precies twee bunkers die je niet sloopen kan.
De jongens zeggen: "Kijk, daar komt Klein Duimpie an!"
Oh fourier, oh fourier,
heb je nou heus niks anders hier?

Ik kan toch zoo niet blijven loopen, 't is geen gezicht.
een Nederlandsch soldaat met zulke schuiten.
Als ik in de kazerne kom en gaat de poort dan dicht,
dan staan m'n hakken alletwee nog buiten.
Ze denken dan die doodgewoon soldaat die gaat het goed.
Ik neem het ze niet kwalijk want ik leef op groote voet!

Refrein

Wanneer ik met verlof ga en m'n meisje ziet me staan
dan hoef ik niet te praaten over trouwen.
Wie zou er van zo'n paljas met die turftrappers aan,
in deze kleinbehuisde tijd nog houen.
Ik voel het wel zolang ik dit geval draag heb ik sof
ik kom met deze kicksen straks nog op een schoen en slof.

Refrein