HIEP, HIEP, HOERA VOOR 'T GARNIZOEN


Hiep, hiep, hoera voor het garnizoen.

Jaantje, hit voor halve dagen,
heeft thans reuze veel te doen.
Niet met werken, o nee, dat 's bijzaak,
maar met 't nieuwe garnizoen:
Want ze heeft linea recta
zeven vrijers al gehad,
van een rooie tot een zwarte,
en van Heel tot Hallef Watt!


Heel de stad die staat op stelten,
is volkomen uit d'r doen.
heel de stad zingt opgetogen
"Hiep, hiep, hoera voor 't garnizoen!"

Ook de H.B.S-er Tommie
zweert bij 't mieters garnizoen.
Hij gebruikt geregeld termen
zooals "slapie" en "rantsoen";
krijgt een militaire houding
als een echte grenadier.
En weet nu voor eens en altijd
wat hij worden wil: "Officier".

Refrein

Tante Lotje, ouwe vrijster,
volgt nu een verjongingskuur.
Ziet ze uniformen naad'ren
kijkt ze plotseling niet meer zuur;
al haar hoop is nu gevestigd,
op een oude kolonel.
Hij is kaal en ook pokdalig,
maar... de man is vrijgezel.

Refrein

Ook met bakvisch Rosalietje
kwam het weldra in de bus,
want een piep jong luitenantje
kreeg haar eerste schucht'ren kus.
En ze bloost bij 't zien van veldgrijs,
heusch ze kan er niets aan doen,
't is de schuld van 't luitenantje,
indirect ... van 't garnizoen.

Refrein

Als zoo'n troep van flinke kerels
langs marcheert over de straat,
voelt Pa zich in hart en nieren
wat je noemt weer echt soldaat;
En Mama ziet welgevallig
naar zoo'n vlotte uniform.
en ze denkt:"Wat stond zoo'n pakje
mijn man vroeger toch enorm".

Tekst: M. Oosterdijk, muziek: Bob Scholte