GOEDEN NACHT MARIE


Goedenacht Marie

In de buurt van de kazerne woonde blond' Marie,
't was de droom van alle jongens van de infant'rie!
In haar klein cafétje stond ze bloeiend als een roos,
tusschen bier en grenadine, kwatta, kwast en appelsiene!
Als de dienst was afgeloopen, kwam de heele troep.
Nauw'lijks was er tijd voor 't eten van de erwtensoep.
Smachtend brachten z'heel den avond in verliefdheid door.
Bij het sluitingsuur dan klonk van het soldatenkoor:

Goeden nacht Marie. Goeden nacht Marie.
Welteruste, sluimer zacht.
Goeden Nacht Marie. Goeden nacht Marie.
Droom van mij den heelen nacht.
'k Neem je lieflijk beeld op de stroozak mee,
dan vergeet ik kuch, uien, snert, haché!
Goeden Nacht Marie. Goeden nacht Marie.
Wenscht de heele compagnie!

Moest de heele troep des morgens uit marcheeren gaan
kwam Marietje aan de deur van haar cafétje staan.
Al de oogen en de hoofden gingen naar haar kant.
"Koppen recht!" schreeuwde 't Sergeantje
"Kaffers!" riep het Luitenantje
"Potverdorie, kijk toch vóór je!"brulde de Majoor
"Idioten, boerenkinkels, j' draait de bak in hoor!"
Maar de jongens dachten niet aan Vaderland of Vorst,
en wanneer de troep marcheerde, klonk uit volle borst:

Refrein

En Marie haar zaak floreerde tot op zeek'ren dag,
men het druk soldatenkroegje dicht gesloten zag.
Want zij stapt' in 't huw'lijksbootje met een slagersknecht!
De kazerne was 't huis van smarten,
vol gebroken soldatenharten!
Géén van de soldaten die dien dag zijn kuchie at
en de stroozak van zoo velen was van 't huilen nat!;
'S Avonds toen het jonge paar was "Eindelijk alleen!"
klonk het droevige refrein dat ging door merg en been!

Refrein

1925, mars, tekst: Kees Pruis, muziek: Edgar Allan