ADIEU, MIJN FIJNE LANGE GRENADIER!


Adieu, lange grenadier!

De nieuwe lichting kwam in Den Haag,
en jonge frisse meiden,
die zagen ieder jaar al die witten oh zoo graag
en ze mochten de jongens graag lijden.
En bolle Grietje stond aan de poort,
zij jankte zich kaporus.
De ouwe lichting die ging nu voor
en zij snikte tot haar Glorus:

Adieu mijn fijne lange grenadier, adieu, adieu!
En vergeet me niet, denk eens aan je Griet.
Adieu mijn fijne lange grenadier, tabé, tabé!
Als j'n ander ziet, denk dan aan je Griet.

Aan de worsten en de hammen
die ik je altijd heb gebracht.
Als jij 's avonds dienst had op wacht.
Aan de borrel in je veldfles, tataratatatata
dat doet me geen keukenmeid na.

Adieu mijn fijne lange grenadier, adieu, adieu!
En vergeet me niet, denk aan dikke Griet.

Ze kreeg twee kaarten, een dikke brief
toen heeft ze Glorus vergeten.
Ze heeft zich heel gauw met een grenadier getroost,
Griet had geen last van geweten.
Ze was haar lichting een heel jaar trouw.
Het waren enige knullen
en bij het afzwaaien stond zij
weer meedogenloos te brullen.

Adieu mijn kleine lange grenadier, adieu, adieu!
En vergeet me niet, denk eens aan je Griet.
Adieu mijn reuze lange grenadier, tabé, tabé!
Want een meid als Griet, die bestaat er niet!

'k was altijd jouw eenig meissie
en ik heb me nooit vergooid
Mijn wapen verlaten dat nooit!
Want de artillerie en de cavalerie die liet me nooit met rust.
Nooit heb ik een dragonder gekust!

Adieu mijn korte lange grenadier, adieu, adieu!
Denk toch aan je Griet en vergeet me niet!
Adieu, adieu... mijn reuze lange grenadier!

Saluut!

Gezongen door Louis Davids (vóór 1 juli 1939)