KOKKIE, WAT ETEN WE VANDAAG?


Kobus Kuch stelt het menu vast.

In de militaire dienst,
ben ik altijd eerste man.
Want van staldienst of corvee,
daar trek ik me niks van an.
Keer ik 's avonds moe terug
met m'n broodzak en m'n spuit,
heb ik honger als een paard
en ik hou het niet meer uit.
En ruik ik dan opeens de keukenwagen,
dan hoor je me hong'rig vragen:

Kokkie, wat eten we vandaag?
Kokkie, ik heb zoo'n zwakke maag.
Toe breng 'r eens verandering
ik zal wel zeggen hoe,
hors d'oevre, soep en kip
en een toetje toe.

Als je 's morgens nou begint
met beschuit in plaats van kuch.
Kom dan om een uur of tien
met een kop bouillon terug.
Klokke twaalf een warme lunch,
heus dan ben ik al tevree.
En je ziet me niet terug
voor het begin van het diner.
Maar wil ik dan een keer m'n eetlust tonen
dan is het weer pap of boonen.

Refrein

Is het tijd voor het diner,
geef dan eens een kalfskroket.
Dan een lekker bordje soep
en wat lamsbout niet te vet.
En dan voor het eind appèl
nog iets fijns maar niet te veel.
Rustig kruip ik op m'n krib,
want dan heb ik al m'n deel.
Ik beloof je kok dan zal ik je niet plagen
en ook niet meer aan je vragen:

Refrein

Wat ik in dit liedje zong,
ach dat was toch maar een mop.
Want het eten in de dienst
iedereen die vlast er op.
Wat je noemt soldatenkost,
stevig en goed toebereid.
Want de militaire kok
slaat de beste keukenmeid.
Er is geen enk'le reden om te klagen,
dus ook aan de kok niet vragen:

Refrein