LIED DER VELDARTILLERIE

 
Wat dreunt daar op de heide?
Wat blinkt daar in 't verschiet?
Wat dondert daar tusschenbeide,
dat men door stof niet ziet?
Hoe flikkeren die zwaarden,
wat forsche melodie!
Hoe rennen daar die paarden?
't Is de veld-artillerie
Hoe rennen daar die paarden?
't Is de veld-artillerie

De kruitdamp is hun leven,
't kanon is hun banier!
De hoop daarvoor te sneven,
bezielt elke kanonnier.
Zij haken naar den strijde
voor Vaderland en Vorst.
Voor land en Koning beide,
klopt steeds hun mannenborst!
Voor land en Koning beide,
klopt steeds hun mannenborst!

Van 't paard bij 't stuk gevlogen,
dra dondert reeds het schot,.
Weer vlug vooruit getogen,
vernielt hij 's vijands rot.
Rent d' overmacht hem tegen,
manmoedig staat hij pal.
Koopt door zijn dood den zegen
en juicht nog in zijn val.
Koopt door zijn dood den zegen
en juicht nog in zijn val.

Maar ook in tijd van vrede,
blinkt steeds de kanonier!
En meisjes schoon van leden,
zijn op zijn liefde fier!
Waar moed zit, heerscht ook trouwe
met kracht nooit uitgebluscht.
Daarom de schoonste vrouwen,
heeft hij, naar hartelust!
Daarom de schoonste vrouwen,
heeft hij, naar hartelust!

Hoera, dus voor ons wapen.
Lang leev' de kanonier!
Lang leev' die forsche knapen,
des legers schoonste sier!
Hun leus zij: steeds te strijden,
werwaarts ook d'Eer hen zendt.
Voor land en koning beide,
tot roem van 't regiment!!
Voor land en koning beide,
tot roem van 't regiment!!