MARIE DIE VRIJT MET EEN HUZAAR


Marie die vrijt met een huzaar


Marie, een meid van melk en bloed
die 't vrijen niet kon laten.
Die had in al haar overmoed
een zwak voor de soldaten.
Een generaal, een koloniaal,
die trouwde ze beslist.
Toen ging ze plotseling aan de haal
met zo'n cavalerist.

En met z'n sabel aan z'n rechterhand
en z'n Marietje aan den and're kant
stapte hij zoo blij van zin
's avonds de keuken in.
Met Marie op z'n knie,
at ie op voor ten minste een pop.

Elk die dat zag
zong dit refrein op slag:

Marie die vrijt, met een huzaar.
Een hele tijd, al haast een jaar.
En als hij kwam, oh lieve heer,
dan kreeg hij ham en nog heel veel meer.
Een kaas, een worst,
een volgend keer.
Zijn liefde nam geen einde meer.

D'r baas, een ouwe heer die vroeg:
"Waar laten ze m'n spullen?
'k Had vroeger altijd toch genoeg,
waar blijven toch m'n bullen?
Niet één sigaar meer in m'n kist,
en ik heb in geen maand gerookt.
Wanneer ik het niet beter wist,
Zou 'k zeggen dat het spookt".

En ons Marietje zeer onschuldig piept,
zei: 'Weet ik veel meneer, ik rook ze niet!
Het spookt me door mijn brein
Ik denk dat er muizen zijn".
Meneer zei:"Geloof maar vrij,
da's een muis met een sabel opzij!"

Raad hoe 't bestaat
Waar één man zoveel laat.

Refrein

Gezongen door Kees Pruis