LIED DER MITRAILLISTEN

 
Als de zware mitrailleurs voorbij marcheeren,
blijft ieder meisje staan,
en kijkt ons vroolijk aan.
Ze staan verbaasd wanneer we defileeren
en ons met trotschen blik voorbij zien gaan.
In de verte hoor je 't ratelen van de karren
we loopen zeven uur
en kijken nog niet zuur.
Als een pantserwagen ons wil komen sarren,
de wapens zijn gereed tot karrevuur.

Als je bij ons uitvalt, kom je zwaar op de bon.
Wij trekken een vroolijk snoet, al schijnt ook fel de zon.
De helm een tikje schuin.
De huid een beetje bruin.
Wij zijn het zware wapen van het Bataljon.
Zijn we 's avonds suf en moe van 't pionieren,
dan maken we wat pret
en gaan nog niet naar bed.
We moeten jan z'n krib nog even wat versieren,
die is gisteren in de huwelijksboot gezet.
En die Bernard is zoo bang voor 'n inspectie,
wat zou een waterhoen
wel in z'n koffer doen.
Nou, dat beest gaf toen de koffer een injectie,
ja zoo'n hoen, dat kent ook geen fatsoen.

Zou een vijand ooit ons Nederland belagen,
dan zijn we gauw paraat
en wacht de overlaat.
Wanneer hij dan een aanval op ons land gaat wagen,
wordt ieder mitraillist pas echt soldaat.
En we loeren op hem uit de kazematten.
We zijn pas dan content,
als ie in ons puntvuur rent.
Nou, dan zie je ze verzuipen als de ratten,
tot eer van 't vierde regiment.

Ieder, die hier invalt, komt hier zwaar op de bon.
We trekken een grimmig snoet in de sneeuw, in de zon.
We staan van dijk tot dijk,
Vol water en vol slijk.
We zullen vechten voor ons trotsche Bataljon.

Woorden: Res.-Kap. A.M.H. v.d.Venn, muziek: koordirigent W.J. Heystek