SOPHIETJE, SOPHIETJE

 
Bij de kazerne is een kleine kapperswinkel,
waar iedere militair zijn hart aan heeft verpand.
En 's morgens vroeg dan hoor je daar al belgerinkel,
die kapper heeft het heele regiment tot klant.
Hij heeft een dochter, 't is een schoonheid, net een plaatje.
En als het druk is, helpt ze steeds een handje mee.
Ze zeept je in en maakt dan onderwijl een praatje
en of je wil of niet je voelt je blij tevree.
Als je betaald hebt, zegt Sophie: "Ik dank u zeer".
En roept dan met haar lieve stem: "Tot voor meneer!"

Sophietje, Sophietje, iedere soldaat is weg van jou.
Sophietje, Sophietje, wat ben je toch een engel van een vrouw!

Niks te verdienen, zegt de baas van de cantine,
als ik mijn voorraad zoo eens effetjes bezie.
want poeders, scheerzeep, kwastjes, mesjes, brillantine,
wordt niet bij mij gekocht. maar altijd bij Sophie.
Ik mag nog blij zijn dat die kapper geen café heeft.
Gelukkig, koffie thee en sprits verkoopt ie niet.
En dat het meerendeel der jongens met me meeleeft,
want anders heus dan ging m'n heele tent failliet.
'k Heb een electrisch apparaat, oh ironie,
maar toch laat ik me dagelijks scheren bij Sophie.

Refrein

De kapper dacht dat gaat wel goed, dat zit wel rustig.
Een kunst met zoo een dochter is 't opgelegd.
En het grootste deel van de soldij dat komt heel lustig,
wel in de kassa van die Figaro terecht.
Maar wat nou niemand had verwacht, zal dra een feit zijn.
Onze cantinebaas gaat trouwen met Sophie.
Hij dacht voor er een ander komt, moet ik op tijd zijn.
Hij heeft het goed bekeken, 't is een waar genie.
En op de trouwdag treden alle mannen voor,
en schoon geschoren zingt het regiment in koor:

Refrein